vrijdag 23 november 2018

Janneke Wagenaar – handwerken


Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”
Van jongs af aan was al ik aan het prutsen met naald en draad. En met een schaar… met soms noodlottige gevolgen. Ik herinner me dat ik als meisje van een jaar of zes een lapje stof aan het knippen was (mijn moeder deed even een boodschap) en dat ik pardoes in mijn geruite plooirokje knipte. Paniek!

Als mijn moeder kleren naaide, maakte ik van het restje stof kleren voor mijn poppen. Eerst voor hele kleine popjes die je per 6 tegelijk kocht, samen onder een elastiekje op een kartonnetje. Wat later voor mijn Barbie en voor Skipper. Bh’tjes, bruidsjurkjes, rokjes… Ook breien vond ik heerlijk.

De lessen handwerken op de lagere school waren zeer aan mij besteed! Ook heb ik naaien geleerd van mijn moeder en van mijn oma. Oma kwam één keer in het jaar ‘steekjes doen’. Dan herstelde ze kleding, en maakte ook kleding voor ons allemaal. Mijn moeder maakte kleding voor zichzelf, mijn broertje en zusje. Eigenlijk stond de naai-machine altijd op tafel.



Toen ik veertien was, en voor het eerst naar een feestje op school ging, heeft mijn moeder zich het zweet in de handen gebreid op een mini-jurk. Donkerblauw, met een wit pasje en twee blauwe bandjes over de schouders. Pennen nummer twee, dus je snapt dat het een hele klus was. Ze was nog maar net op tijd klaar voor het feestje. Eén keer aangehad, en daarna nooit meer. Wat jammer dat ik het niet bewaard heb.



Ik heb wat kleding genaaid en gebreid in mijn leven. Eerst voor mezelf, later voor mijn dochter. Maar zoals dat gaat: op een gegeven moment kreeg ik het te druk om nog wat te doen.


Wat ik vroeger heerlijk vond was om een boodschap te doen in een fourniturenwinkel. Kantjes, bandjes, garen, knopen, ritsen… geweldig vond en vind ik dat!


In de loop van mijn leven heb ik wat naaidozen geërfd van deze en gene: een oude tante, mijn moeder, mijn schoonmoeder… en alles met een geweldige inhoud die mij zo weer doet denken aan vroeger, aan mijn liefde voor handwerken en voor fourniturenzaken.


Af en toe kijk ik in deze naaidozen, naar de erfenis uit een ver verleden. Drukknopen, jarretels, stopwol, je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het in huis. Ik koester het, want in die dozen zit de herinnering aan vroeger, aan mijn moeder, mijn oma, en aan hoe ik was.


Tekst & foto’s: Janneke Wagenaar

donderdag 22 november 2018

Mira Muller – barbies

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”
Als je Mira ziet moet je vanzelf glimlachen. Ze ziet er niet uit als iemand van 88 (en dat is ze echt!) en kleedt zich altijd even fantasie- en smaakvol. Zoals een knalgele jas, gele nagellak en bijbehorende accessoires, mooie schoenen en als grapje een plastic vlieg op haar rug. Hoe vaak ze niet op haar rug is gemept door iemand die de vlieg wilde doodslaan is niet meer te tellen. Je zou haar uitstraling als ‘flamboyant’ en ‘extravagant’ kunnen omschrijven.

Heel veel van haar kleding maakt ze zelf. Dit doet ze al van kind af aan. Als jong meisje, woonachtig in Surabaya in het toenmalige Nederlands-Indië, kreeg ze altijd afdankertjes. Dit vond ze natuurlijk vreselijk en op een dag kreeg ze van haar moeder een lap stof met de mededeling: maak hier maar een jurk van. Ze was 10 jaar oud, had nog nooit genaaid maar vanaf die dag is dat haar passie. Kleding maken. Maar dan niet domweg van een patroon iets namaken, maar aan het patroon een eigen ‘twist’ geven.


In de oorlogsjaren naaide ze kleding voor anderen, daar verdiende ze dan iets mee. Na de oorlog gingen Mira en haar ouders als verlofgangers terug naar Nederland, waar ze uiteindelijk in Den Haag gingen wonen. Na haar huwelijk kwam ze in Noordwijkerhout terecht.

Wat is nu de connectie met de collectie Barbies? Dat kwam zo: op een dag zag ze in het fietsenhok wat barbies van haar dochters liggen. Toen ze zag hoe leuk de kleertjes waren heeft ze ze meegenomen. Dit was het begin van de verzameling. Op de vraag: waarom ben je Barbies gaan verzamelen is dan ook haar antwoord: de mode! Barbies zijn echte modepoppen en er werd altijd heel veel aandacht besteed aan de kleding.

Er worden zelfs geregeld modeontwerpers benaderd om kleding voor de Barbie te ontwerpen. Dus voor Mira is dit geweldig! Maar ze koopt ook rustig de wat goedkopere exemplaren om ze zelf aan te kleden, hier kan ze haar creativiteit en fantasie in kwijt.

Op de planken in haar woonkamer staat een enorme diversiteit aan Barbies. Barbies die nog in dozen zitten, een serie poppen in klederdracht uit de hele wereld, een leuke Barbie uit de jaren ’70 met het ‘peace-teken’, je kunt het zo gek niet bedenken. Het belangrijkste criterium voor de verzameling is: ze moeten er mooi en modebewust uitzien. Helaas is ze nu niet meer in de gelegenheid om zoals vroeger naar De Bijenkorf of Blokker te gaan en daar de nieuwste Barbie in mooie kleding aan te schaffen. Maar gelukkig is er de kringloopwinkel, waar ze nog wel eens een Barbie vindt dieze dan weer leuk kan aankleden. Je zou kunnen zeggen dat Mira nooit is uitgespeeld.




Tekst: Janneke Wagenaar & foto’s: Ans Geerlings

dinsdag 20 november 2018

Jeanette van den Burg – Speldjesverzameling uit de jaren 60

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”
Mijn ouders hadden een camping met een goed lopende kampwinkel. In die jaren was kamperen zeker geen luxe, slechts een enkeling had een auto. De kampeerspullen werden vaak per van Gend en Loos naar de camping gestuurd, en de gasten kwamen dan later op de fiets. Er was nog geen elektriciteit op het terrein dus niemand had een koelkast in zijn tenthuisje, tent of heel soms een caravan. Zodoende moest er voor iedere maaltijd boodschappen gedaan worden. Dat gebeurde meestal in de kampwinkel, want het dorp was 2,5 kilometer verderop, dat was te ver weg.

In de jaren dat speldjes sparen ongekend populair werd, ging ons hele gezin, vader, moeder en de 3 oudste kinderen meesparen. We kregen immers bij elke zending voor de winkel overal zakjes speldjes bij. Uiteraard werden deze ook bij de producten aan de klanten meegegeven, maar er bleven altijd wel een paar over, zodat wij konden ruilen voor merken die wij niet verkochten.


Toen de rage langzaamaan verdween, verdaagde ook onze verzameling op zolder. Door de actie van Stichting Vrienden van de Witte Kerk heb ik ze weer te voorschijn gehaald. Helaas was het schuimrubber van een insteek-boek volledig vergaan, zodat er een puinhoop uit de doos kwam. Nadat alles schoongemaakt was, de speldjes gerubriceerd op onderwerp en opnieuw op schuimrubber gestoken, bleek dat we toch een aardige collectie bij elkaar te hebben gespaard.
We hebben allemaal veel plezier aan het verzamelen beleefd.







Tekst: Jeanette van den Burg & foto’s: Ans Geerlings

maandag 19 november 2018

Caroline van Kekeren – boeddha’s

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”

Caroline van Kekeren woont tussen de boeddha’s. Ze is erg geïnteresseerd in het boeddhisme. Maar niet alleen in het boeddhisme, in alle vormen van spiritualiteit. Twee jaar terug is ze gedoopt op de ‘joodse’ manier, door onderwaterdompeling.

Ze heeft heel veel reizen gemaakt naar Aziatische landen, en daar is ze in aanraking gekomen met oosterse filosofieën en religies. Haar reizen voerden haar naar Tibet, Bhutan, Egypte, Indonesië en Vietnam. Maar vooral Bhutan heeft haar geraakt, en daar voelt ze zich thuis. Zoals ze zegt: “Als ik morgen in Bhutan wordt neer-gezet, blijf ik daar”.



De oorsprong van haar diepe verbondenheid met spiritualiteit ligt in haar twintiger jaren. Toen ze lichamelijke klachten kreeg en op zoek ging naar een behandeling, kwam ze uit bij reiki. Dat heeft haar leven veranderd en sinds die tijd is ze bezig met zoeken naar zingeving.


De boeddhaverzameling die ze inmiddels heeft, het zijn er honderden, komen overal vandaan. Ze heeft boeddha’s van steen, van brons, van stof en zelfs van papier-maché. En elke boeddha heeft zijn eigen betekenis en verhaal.



Zo staat er staat een manshoge uit Thailand afkomstige boeddha in haar kamer waar een speciaal verhaal achter zit: op een dag had ze heel sterk het gevoel dat ze langs een winkeltje in Noordwijk moest. Ze is gelijk na haar werk naar dat winkeltje gefietst, en toen ze daar kwam stonden er twee boeddha’s waarvan ze er eentje heeft gekocht. Het leek wel of ze gestuurd werd.


Behalve boeddha’s heeft ze engelen, Mariabeeldjes en beeldjes van monniken. Caroline ademt spiritualiteit. In haar dagelijks leven is ze zelf de reddende engel: ze werkt in de thuiszorg!

Tekst: Janneke Wagenaar & foto’s: Ans Geerlings

Marianne van Bedaf – poppen, Droste Blikken, Jaminservies

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”

Poppen
Het begon ooit met de pop van tante Rie. Toen Marianne samen met haar broertje Guus bij oma van Bedaf was (s’oma, op zijn Brabants), mochten ze samen met de pop van tante spelen. De pop was 30 jaar oud, had al die jaren overleefd maar dankzij de trekkracht van Marianne en haar broertje heeft de pop toen het loodje gelegd. Alleen de foto’s zijn er nog….


De combinatie van de liefde voor oma en voor het feit dat ze daar zo graag was, met het gevoel van spijt dat de pop toen kapot is gegaan vormde de basis voor de verzameling die ze veel later is begonnen. De eerste pop kocht Marianne toen ze in Schotland was. Het was een oud popje met een onderkinnetje, en ze was er op slag verliefd op.



Dat kenmerkt haar verzameling: niet zozeer de waarde maar het gevoel dat ze voor de pop heeft geeft de doorslag om een pop aan te schaffen. Ze heeft er ook een paar gekregen, waaronder een Käthe Krusepop. Marianne valt op de gezichtjes en ze vindt het een meerwaarde als er met de pop gespeeld is, dan is er van gehouden. Ze hoeven niet perfect te zijn, de geschiedenis erachter is belangrijker. Ze vindt het heerlijk om ze opnieuw in stijl aan te kleden, heeft voor dat doel ook dozen met oude poppenkleertjes. Als het nodig is krijgt een pop ook een nieuwe pruik. En, belangrijk detail: ze krijgen ook allemaal een onderbroekje aan! Onder het motto “mijn poppen, mijn keuze” koestert ze haar verzameling.

Droste Blikken
Of de verzameling Drosteblikken ook uit een gevoel van nostalgie is ontstaan, weet Marianne niet zeker. Waarschijnlijk wel: was er vroeger niet in elk huishouden een Drosteblik? Met de bekende verpleegster erop? Van dit overbekende blik komt ook de uitdrukking: het Droste-effect. Want de verpleegster houdt een dienblad vast met daarop een Drosteblik, waarop weer een verpleegster staat… etc!

De verzameling is overweldigend, bestaat uit Drosteblikken uit allerlei landen. Voor Amerika werden andere blikken gemaakt dan voor Frankrijk of Engeland, maar allemaal werden ze in Nederland gemaakt. Er is zelfs een ‘oorlogsblik’, dat in de oorlogstijd, toen er geen materiaal te krijgen was werd gemaakt uit restanten blikken. Dit blik heeft als enige een andere functie nl. als beschuitblik en is rond.





Jamin-servies

Ook ontstaan uit een gevoel van nostalgie: het Jamin-servies dat vroeger bij oma thuis prijkte. In de jaren ’30 spaarden vrouwen een dergelijk servies bij elkaar met Jamin-zegeltjes.




Veel later, toen Marianne van haar moeder het servies erfde dat vroeger bij oma stond, sloeg de verzamelwoede toe. Oma had maar een gedeelte van het servies, en Marianne is toen op rommelmarkten, veilingen en Marktplaats op zoek gegaan om het servies compleet te maken. Eén onderdeel lukt helaas niet: de eierdopjes. Maar uiteraard blijft ze daar naar zoeken en ze hoopt dat op een dag de eierdopjes het servies compleet maken. 
Tekst: Janneke Wagenaar & foto’s: Ans Geerlings

zondag 18 november 2018

Henk de Kleer – pop-up boeken

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”
De meeste verzamelaars wonen midden tussen hun verzamelingen. Zo niet Henk de Kleer, maar dat wil niet zeggen dat hij geen verzamelaar in hart en nieren is. In de smaakvol ingerichte woonkamer vertelt hij over zijn verzamelingen, die hij boven heeft staan. Zoals hij zegt heeft hij de verzamelwoede altijd al gehad. Als jonge jongen woonde hij op een boerderij in Overijssel. Behalve het gezin De Kleer dat bestond uit vader, moeder en zeven kinderen, woonden er op de boerderij ook zijn grootouders en andere familieleden.



Zijn vader verzamelde voornamelijk sigarenbandjes en suikerzakjes. In die tijd, vlak na de oorlog, was Henk ook al aan het verzamelen. Granaatscherven, munitie, pamfletten die na de oorlog werden uitgestrooid, de omgeving van de boerderij lag er vol mee. Helaas is van deze verzameling niets meer over.

Hij kan zich nog goed herinneren dat er op de boerderij een plankje boeken stond, en tussen al die boeken stond een pop-up boekje. Henk was daardoor gefascineerd en vanuit dit gevoel van fascinatie is later zijn verzameling pop-up boeken ontstaan.

Maar dit was niet het enige dat hij verzamelde en verzamelt: treintjes (stoomlocomotieven), asbakken
(met bedrijfslogo) en postzegels (met afbeeldingen van kerken). Hij ‘beperkt’ zijn verzamelingen door themagericht te werken. Meestal begon een verzameling met één exemplaar, en dan volgde de rest vanzelf.
Ook zijn verzameling pop-up boeken is op die manier begonnen. Toen hij er een keer één had gekregen, en vervolgens nog een andere op de kop tikte, sloeg de verzamelkoorts toe en die duurt tot vandaag de dag. Op een bepaald moment had hij ongeveer 200 verschillende pop-up boeken in huis. Inmiddels heeft hij er ongeveer 130 verkocht en eigenlijk heeft hij er nu al spijt van… De rest koestert hij! In tegenstelling tot de meer themagerichte andere verzameling… en is deze pop-up verzameling heel uiteenlopend: kinderboeken, boeken met Bijbelse taferelen, Harry Potter boeken, boeken over architectuur en muziek.



In de jaren 80 werd Henk een BN-er door de publicatie van een verzameling ambtenarenmoppen! Hij is met de bundel ‘Een spuitbus met zweetlucht’ in diverse programma’s geweest, o.a. bij Mies Bouwman en bij Sonja Barend.


Grappig om te vermelden is dat de Dag van de Witte Kerk, die dit jaar in het teken staat van ‘verzamelaars’,  indirect voortkomt uit een voorstel dat Henk de Kleer lang geleden aan de kerkenraad deed: laten we een Stichting Vrienden van de Witte Kerk oprichten! Destijds is dit idee niet gehonoreerd, maar het heeft misschien wel de kiem gelegd voor de oprichting van de Stichting Vrienden een aantal jaren later door Egbert van der Weide. Daarom is het vanzelfsprekend dat Henk met zijn verzameling vandaag aanwezig is!


Tekst: Janneke Wagenaar & foto’s: Ans Geerlings

zaterdag 17 november 2018

Theo Broekhof – oude munten

Terugblik tentoonstelling “Ode aan de verzamelaar!”
Zeven september 1959: die datum staat in het geheugen gegrift van Theo Broekhof. Die dag was het kermis in Noordwijkerhout. Zijn tweelingbroer en hij waren 7 jaar en ze zouden op 30 september 8 worden. Die 7e september mochten zij van hun moeder in de speelgoedwinkel van Van der Niet ridders uitzoeken. Die ridders stonden in een vitrinekast ergens achterin de winkel, en hij was er letterlijk en figuurlijk door gegrepen. Vijf exemplaren kreeg hij, en in de jaren daarna heeft hij er, samen met zijn broer, eindeloos mee gespeeld. Eén van de ridders, op een paard gezeten, leek zelfs op zijn vader! “Mam, mogen we takken halen?” Die vraag stelde broer Jan geregeld aan hun moeder. Dan gingen ze naar het bosje bij de begraafplaats en namen wat takjes mee naar huis die op de grond op een krant werden neergelegd. Dit verbeeldde een bos, waar de broertjes met hun ridders hele veldslagen naspeelden. Na al die jaren heeft Theo nog altijd zijn ridderverzameling, en die koestert hij.




In het arbeidersgezin Broekhof was moeder degene die haar interesse in geschiedenis op haar kinderen overbracht. Niet dat er thuis veel te lezen was, maar achterop de Katholieke Geïllustreerde stonden geregeld afbeeldingen die de fantasie prikkelden: een portret van Maurits, van Willem van Oranje… Eén keer per jaar ging het gezin uit, en dan gingen ze naar de Lakenhal in Leiden waar de jongens zich vergaapten aan harnassen.


De school was een straf voor Theo, maar Vaderlandse Geschiedenis vond hij geweldig. Hij smulde met name van de verhalen over ridders, Noormannen en de Romeinen. De afbeeldingen in het geschiedenisboek, zoals van Wodan, kan hij zich nog haarscherp voor de geest halen.

Dit alles vormde de kiem voor zijn grote passie: de Romeinse tijd. Als Theo gaat vertellen, en dat doet hij graag, gaan zijn ogen stralen. Hij is gegrepen door die geschiedenis, weet alles van Keizers, Senatoren, veldslagen en gebieden die ver- en heroverd werden. Zijn bibliotheek is immens, en nog steeds verschijnen er tot zijn grote vreugde nieuwe titels over dit onderwerp.

Ooit kwam zijn oudste broer Jan met een muntje uit de Romeinse tijd thuis, en daar wilde Theo uiteraard alles van weten. Dit was het begin van een muntenverzameling, en dan met name van het Romeinse Keizerrijk. Wat hij vooral geweldig vindt is dat die munten de historische gebeurtenissen, waar hij zo in is geïnteresseerd, verbeelden.

Als grondwerker kwam hij geregeld in de buurt van opgravingen. Toen het kanaal van Corbulo werd opgegraven was hij in de buurt, en hij heeft toen foto’s gemaakt. Geweldig vond hij het! Ook in 1999, toen er opgravingen gedaan werden in Forum Hadrianum, was hij erbij en heeft hij scherven gevonden. Een droom die in vervulling ging. De meest recente opgraving waar hij bij was, was toen een gedeelte van de Limesweg (2000 jaar oud) bij Valkenburg werd blootgelegd. De eikenhouten palen, die de weg markeerden, stonden nog vrijwel onaangetast in de grond.

Als Theo ooit eerder geleefd heeft, weet hij zeker dat dit als legionair of galeislaaf zou zijn geweest.


Tekst: Janneke Wagenaar & foto’s: Ans Geerlings